• home
  • Actueel
  • Zo zit het met vakantiedagen en vakantiegeld

Zo zit het met vakantiedagen en vakantiegeld

Het is meivakantie en vandaag, 1 mei 2018, ook de Dag van de Arbeid. Hoewel we het in Nederland niet groots vieren, kun je het wel als herinnering gebruiken om jouw werk onder de loep te nemen. Work hard, play hard & relax hard. Na gedane arbeid volgt ontspanning, maar wat moet je wettelijk allemaal weten over vakanties en het vakantiegeld van je werknemers. Lees hieronder hier meer over.


Uitbetalen vakantiegeld

Veel werkgevers betalen in mei of juni het vakantiegeld uit. Iedereen die een arbeidsovereenkomst heeft en in Nederland woonachtig is, heeft recht op vakantiegeld. Hoeveel betaal je je personeel en wanneer precies?

De officiële naam voor vakantiegeld is vakantiebijslag. De regels rondom de vakantiebijslag staan in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WMM). Het vakantiegeld bouw je op tussen 1 juni van het ene jaar en 31 mei van het volgende jaar.
 
Hoeveel moet ik uitbetalen?
Volgens de WMM komt de hoogte van het vakantiegeld bij elke werknemer neer op minimaal 8 procent van het brutoloon. Onder het brutoloon vallen ook provisie (beloning voor verleende diensten), prestatietoeslagen, gevarengeld en tegemoetkomingen in de hypotheek.
 
Verdiensten als uitkeringen bij bijzondere gelegenheden (zoals een jubileumuitkering of dertiende maand), winstuitkeringen en onkostenvergoedingen vallen niet onder het brutoloon. Hier hoeft dus geen vakantiegeld over te worden betaald.
 
Ziekte
Als een werknemer ziek is geweest en daarom maar 70 procent loon kreeg, wordt ook over dit bedrag vakantiebijslag berekend. Dit geldt ook als het loon verlaagd was door verlof.
 
Overwerken
Even opletten is het bij overwerk. Als een deeltijdwerknemer meer uren maakt dan in zijn contract zijn opgenomen, wordt daarbij vakantiegeld opgebouwd. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand een nul-urencontract heeft. Als iemand die al fulltime in dienst is, overwerkt, bouwt hij geen extra vakantiegeld op.
 
Het vakantiegeld moet minimaal 8 procent van het brutoloon zijn. In cao’s is soms afgesproken dat het vakantiegeld meer is. Als werknemers meer dan drie keer het minimumloon verdienen, kunnen er in het arbeidscontract afspraken worden gemaakt over minder vakantiegeld. De werknemer krijgt wel ten minste 8 procent van drie keer het minimumloon.
 
Wanneer betaal ik vakantiegeld uit?
Uiterlijk in juni moet je ervoor zorgen dat je vakantiegeld betaalt aan je werknemers. Nemen ze eerder in het jaar vakantie op, dan kun je overeenkomen om het op dat moment opgebouwde vakantiegeld (dus vanaf 1 juni)  over te maken. Je kunt het vakantiegeld ook op een ander moment uitkeren, maar daarvoor is een schriftelijke overeenkomst nodig. Het moet in ieder geval eens per 12 maanden worden uitbetaald.
 
De meeste bedrijven betalen het geld jaarlijks in mei uit. Je kunt er ook voor kiezen het vakantiegeld in termijnen uit te betalen (bijvoorbeeld elke maand bij het salaris), maar let op: dit moet dan wel geregeld zijn in de arbeidsovereenkomst of CAO. Ook moet je het apart op de loonstrook zetten. Betaal je het vakantiegeld te laat, dan kan je werknemer een verhoging eisen van maximaal 50 procent.
 
Nog iets waar je op moet letten: als je werknemer uit dienst treedt, moet je hem het opgebouwde vakantiegeld meteen uitbetalen. Het is dus raadzaam om bij elke salarisuitbetaling 8 procent opzij te zetten.
 
Belasting
Je kunt vakantiegeld zien als loon. Daarom moet je hierover gewoon loonheffing betalen. Vakantiegeld wordt zwaarder belast dan het reguliere loon. Je werknemers moeten rekening houden met de actuele belastingschijven. Belastingschijven 2017:
  • Over inkomen t/m 19.982 euro betaal je 36,55% belasting;
  • Over inkomen van 19.983 t/m 33.791 euro betaal je 40,80% belasting;
  • Over inkomen van 33.792 t/m 67.072 euro betaal je 40,80% belasting;
  • Over inkomen boven 67.072 euro betaal je 52% belasting
(Bron: Belastingdienst.nl, 2017)

Hoe zit het met een uitzendkracht?
Ook tijdelijke krachten, die je bijvoorbeeld ingehuurd hebt via een uitzendbureau, hebben recht op vakantiegeld. Ze bouwen daarnaast ook vakantiedagen op. Gebruiken ze die dagen niet, dan hebben ze recht op uitbetaling van 13,33 vakantie-uren per volledig gewerkte maand.


Welke verlofregelingen zijn vastgelegd in de wet?

Zwangerschap, ondertrouw, zorg, jubilea... In welke gevallen moet ik mijn personeel verlof geven? Alle verplichte verlofregelingen staan in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) óf in de cao. Alle regels op een rij.

Wet of cao?
Er zijn diverse soorten verlofregelingen. Sommige daarvan zijn wettelijk geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) terwijl andere in de cao zijn vastgelegd. Mochten verloven die normaal gesproken onder de WAZO vallen onder een afwijkende regeling in de CAO zijn opgenomen, geldt in dat geval de cao.
 
WAZO
De volgende verlofregelingen zijn geregeld in de WAZO. Je bent als werkgever wettelijk verplicht je werknemers vrij te geven voor de gebeurtenissen die onder deze verloven vallen.
  • zwangerschaps- en bevallingsverlof;
  • ouderschapsverlof;
  • kortdurend zorgverlof (tiendaags zorgverlof);
  • calamiteitenverlof;
  • adoptieverlof;
  • kraamverlof;
  • langdurend zorgverlof;
  • levensloopregeling.

Cao
Ook kunnen werknemers verlof krijgen voor gebeurtenissen die niet in de WAZO zijn geregeld, bijvoorbeeld wanneer een familielid gaat trouwen of komt te overlijden. Dit heet bijzonder of buitengewoon verlof. Deze verlofregelingen zijn opgenomen in de cao. Let op, deze zijn per arbeidsovereenkomst verschillend. Indien je werknemers verlof willen voor een gebeurtenis die niet in de WAZO of cao is geregeld, ben je niet verplicht daarvoor vrij te geven.

Wel is het natuurlijk belangrijk dat je je als werkgever flexibel opstelt en het welzijn van je werknemers in de gaten houdt. Zo is het bijvoorbeeld niet verplicht om iemand een vrije dag te geven of te laten opnemen bij het overlijden van een goede vriend of vriendin omdat hier niet om bloedverwanten gaat. Toch kun je je ook wel voorstellen dat een werknemer graag afscheid wil nemen en het verlies moet verwerken.

Lees hier meer over hoe je er achter komt onder welke cao je onderneming valt.
 
Overzicht
Hieronder hebben we de verschillende soorten buitengewoon verlof op een rijtje gezet. Check voor de precieze regeling je cao.
 
  • Ondertrouw
    Wanneer een werknemer in ondertrouw gaat, heeft hij/zij normaal gesproken recht op één vrije dag.

  • Huwelijk
Als een werknemer zelf gaat trouwen heeft hij/zij recht op twee tot vier vrije dagen.
 
  • Huwelijk 1e en 2e graads* familielid
    Wanneer een kind, broer, zuster, ouder, schoonouder, zwager of schoonzuster gaan trouwen heeft een werknemer recht op één vrije dag. Voorwaarde is dat de huwelijksplechtigheid wordt bijgewoond.

  • Jubilea
Bij een jubileum kan een werknemer eveneens verlof krijgen. Dit kan bij:
=
Dienstjubileum: De werknemer is een bepaald aantal jaren in dienst bij zijn/haar werkgever. Afhankelijk
van de lengte van de dienstbetrekking krijgt men één tot drie werkdagen vrij.
=
Huwelijksjubileum: Bij het eigen huwelijksjubileum (25, 40 jarig jubilieum) of bij het huwelijksjubileum van
ouders, schoonouders of pleegouders (25, 40, 50, 60 jarig jubileum)

  • Verhuizing
    Gemiddeld kan een werknemer twee werkdagen per jaar opnemen voor zijn/haar verhuizing.
    Kerkelijke bevestiging en Eerste Heilige Communie van partner
    Eén dag, hier hoeft zelden gebruik van te worden gemaakt. Bovendien is dit meestal op een zon- of feestdag.

  • Overlijden
=
echtgenoot/partner, bloed- of aanverwanten in de 1e graad* > vier dagen vanaf de dag van overlijden tot
en met de dag van de begrafenis of crematie.
=
bloed- of aanverwanten in de 2e graad* > twee dagen, de dag van overlijden en dag van de begrafenis of
crematie
=
bloed- of aanverwanten in de 3e* en 4e* graad > één dag voor het bijwonen van de begrafenis of crematie

- Verwantschapsgraad
Bij meerdere soorten verlof wordt er over verschillende graads familieleden gesproken. Maar wat is nu een eerste graads familielid? De graad van bloedverwantschap tussen personen wordt gevonden door het aantal geboortes te tellen dat tussen hen in ligt. Ouder - kind is dus eerste graad en grootouder - kleinkind, tweede graad.

De graad van bloedverwantschap in de 'zijlinie' is iets anders. Die kun je vinden door het aantal personen te tellen met weglating van de gemeenschappelijke stamvader. Dus broer en zus is een tweede graads verwantschap, oom/tante een derde graads en neef/nicht een vierde graads.