Wetsontwikkeling arbeidscontract

Binnen het nieuwe regeerakkoord zijn een aantal wetsvoorstellen rondom arbeidscontracten opgenomen. Deze voorstellen worden in dit nieuwsbericht weergegeven.

Werknemers hebben pas na 3 jaar recht op een vast contract


In het nieuwe regeerakkoord hebben werknemers na drie tijdelijke contracten of contracten tijdens een duur van maximaal drie jaar recht op een vast contract. De tussenperiode voordat als werkgever een nieuw contract kan worden aangeboden blijft zes maanden. Wel is er per sector een mogelijkheid om hiervan af te wijken. Dit is nu al het geval bij seizoensarbeid, maar geldt straks ook voor terugkerend tijdelijk werk dat hoogstens negen maanden per jaar kan worden verricht.

Proeftijd vast contract gaat naar vijf maanden


Als een werkgever bij indiensttreding een vast contract (voor onbepaalde tijd) met de werknemer overeenkomt, mag hij straks een proeftijd van maximaal vijf maanden afspreken. Voor contracten die meer dan twee jaar duren, gaat de maximale proeftijd naar drie maanden. In andere situaties blijft de maximale duur van de proeftijd hetzelfde.

Hogere WW-premies bij een tijdelijk contract


Als het aan de formatiepartijen ligt, gaan werkgevers straks een hogere premie voor de Werkloosheidswet (WW) betalen als zij werknemers een tijdelijk contract aanbieden en minder premie als zij de werknemers een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Nu is de WW-premie nog gedifferentieerd per sector, maar daar komt dus mogelijk verandering in.

Geen verschijningsplicht meer bij nulurencontract


Oproepkrachten met een nulurencontract zijn straks niet meer verplicht – of binnen een bepaalde periode niet verplicht – om gehoor te geven aan een oproep van de werkgever. Ook kan er worden vastgelegd dat een oproepkracht met een nulurencontract bij een afzegging van een oproep door de werkgever toch recht op loon heeft.

 

(Rendement, 2017)